Een uitzonderlijke weldoener

Juli 2025 | Twee gasthuizen, twee kloosters en een kapel. Dat is de indrukwekkende nalatenschap van de middeleeuwse edelman Willem van Abcoude. Over deze weldoener schreef historicus Fred Gaasbeek het boek ‘Willem, heer van Abcoude, Wijken Duurstede
Wijk bij Duurstede
Als stichter van het Ewoud- en Elisabeth Gasthuis in Wijk bij Duurstede in 1400 en het Sint Bartholomeus Gasthuis in Utrecht heeft Willem van Abcoude (ca. 1345-1407) in de afgelopen zes eeuwen bijgedragen aan de zorg van duizenden mensen. Beide gasthuizen bestaan nog steeds. Gaasbeek beschrijft minutieus hoe patiënten werden behandeld. In 1400 stichtte Willem van Abcoude in de Oeverstraat in Wijk bij Duurstede een gasthuis. Het is in 1970 verhuisd naar een modern gebouw in De Engk. Het heet nog altijd Ewoud en Elisabeth Gasthuis, in de volksmond kortweg het E&E, het is nu opgenomen in de zorgorganisatie QuaRijn. Begin jaren tachtig van vorige eeuw zijn alle onroerende goederen van het oude gasthuis ondergebracht in de Willem van Abcoude Stichting. Dat zijn 29 seniorenwoningen, 67 hectare grond en het gebouw waarin een hospice is gevestigd.
Met de opbrengsten uit de exploitatie van de bezittingen steunt de stichting initiatieven die bijdragen aan het welzijn van ouderen en andere kwetsbare groepen. „De weldoener Willem van Abcoude plantte 625 jaar geleden het zaadje van iets dat nog steeds groeit en bloeit”, zegt het stichtingsbestuur. Gaasbeek gaat terug naar de vijftiende eeuw. Gaasbeek: „Een patiënt werd ontdaan van zijn kleren en in bed gelegd. Waarschijnlijk kregen ze een nachthemd. De patiënt kreeg zijn kleren terug als hij het gasthuis genezen en wel kon verlaten. Mannen en vrouwen sliepen strikt gescheiden. De hulp was gratis. Een vrijwillige bijdrage mocht wel.” Mensen met ouderdomskwalen werd de deur gewezen. Gaasbeek: „Zo’n kwaal werd eerder als slijtage dan als ziekte gezien. Ouderdomskwalen vielen niet te genezen. Ook mensen die niet goed bij zinnen waren, werden geweigerd.”
Extra kleding
Ernstige zieken kregen extra aandacht. ’s Nachts sliep één dienstbode op de zaal om hen eventueel bij te staan. Als de patiënt er dusdanig slecht aan toe was, moest er gewaakt worden. Tijdens een wake mocht niet geslapen worden en ook niet gegeten. Was het koud dan was er voor de waker extra kleding beschikbaar en eventueel een vuur wanneer de patiënt daar baat bij had. Na het overlijden van een patiënt werd hij in de kapel opgebaard.
Overluid
Gaasbeek: „Was er geen wake bij de overledene dan zat er niets anders op dan hem in de bewaring van Jezus Christus te laten. De dode moest overluid worden en op kosten van het gasthuis in een doodskist begraven worden.” Arme passanten konden één nacht logeren. Gasten met kwakkelende gezondheid en zonder werk waren welkom mits ze eerbaar waren. Landlopers, zwervers en boeven mochten naar binnen als ze ernstig ziek waren. De gasten kregen af en toe scharrebier, een licht waterig biertje. Als ze buiten het gasthuis dronken werden, kwamen ze het gasthuis niet meer in. Ook buiten het gasthuis was Willem van Abcoude liefdadig. Jaarlijks werden circa twintig vette varkens gekocht. Bleef hier in het gasthuis spek van over dan werd dat met veel brood uitgedeeld aan de armen in Wijk in de week voor Pasen en Kerst.
Het boek over Willem van Abcoude wordt vrijdag 12 juli vanaf 13.30 uur in de Grote Kerk van Wijk bij Duurstede gepresenteerd. Het wordt uitgegeven door Verloren en kost 40 euro.
Bron: AD, door: Wim van Amerongen