moestuin korsakov unit heren lowresKorsakovcliënten en hun naasten worden voortdurend geconfronteerd met de beperkingen en stoornissen die het syndroom van Korsakov met zich meebrengen. Mede door geheugenstoornissen en het gebrek aan ziekte-inzicht, vraagt de omgang met Korsakovcliënten een specifieke benadering. In de benadering van de Korsakocliënten staat het bieden van veiligheid en zekerheid centraal. Hierbij is het uitgangspunt dat op een empathisch directieve manier sturing en structuur wordt geboden.Het 5 K-model is een methode die vaak ingezet wordt bij cliënten die aan het syndroom van Korsakov lijden. Ook op de afdeling Korsakov van QuaRijn benaderen wij onze cliënten op deze wijze. Het doel van de methode is dat cliënten zich veilig voelen en zekerheid ervaren door een bepaalde structuur van omgang te bieden.

 

Empatisch directieve benadering

De empatisch directieve benadering betekent dat de medewerker zich inleeft in de gevoelens en denkwereld van de cliënt en laat merken dat hij begrijpt wat er in de cliënt omgaat en hoe hij zich daarbij voelt. Daarnaast geeft hij richting aan het handelen door aanwijzingen te geven. De medewerker stuurt het gedrag van de cliënt. Dit betekent aanwijzingen geven op een invoelende en sturende wijze.

Het 5 K-model is een methode die vaak ingezet wordt bij cliënten die aan het syndroom van Korsakov lijden. Ook op de afdeling Korsakov van QuaRijn benaderen wij onze cliënten op deze wijze. Het doel van de methode is dat cliënten zich veilig voelen en zekerheid ervaren door een bepaalde structuur van omgang te bieden. 

Het 5 K-model

Kort: Informatie moet kort en bondig worden overgebracht. Hierbij wordt slechts één onderwerp tegelijk behandeld.

(K)Concreet: Abstracte situaties en taalgebruik zijn moeilijk te bevatten. Daarom is het beter zo concreet mogelijk bij het hier en nu van de cliënten aan te sluiten. Door de situatie zichtbaar te maken, worden cliënten tot handelen uitgenodigd.

(K)Consequent: Het opnemen van informatie is een moeizaam proces. Opdrachten moeten eenduidig worden gegeven en verschillende begeleiders moeten in vergelijkbare situaties zo identiek mogelijk handelen. Dit biedt duidelijkheid en houvast voor de cliënt.

(K)Continu: Regelmaat is belangrijk. Doordat de cliënt zich niet van zijn of haar eigen tekortkomingen bewust is, kan hij of zij die ook niet overzien of compenseren. Hierin ligt een belangrijke taak voor de begeleiders. Zij moeten hun werk naadloos op elkaar afstemmen.

(K)Creatief: De begeleiders benaderen de cliënt op een creatieve manier. Dit geldt ook voor het oplossen van problemen.

bron: Korsakov kenniscentrum